boeken, creatief, DIY

DIY: de opnamestudio

Op 6 augustus kondigde ik mijn blogthema voor augustus aan: DIY. Ik had wilde plannen: leren handletteren, mijn eigen bookstagram opzetten, chocoladedobbelstenen maken en, last but not least, een vocal booth bouwen. Ik had vakantie, dus alle tijd van de wereld. Dat zou dus moeten lukken. Easy peasy, zelfs. Oh boy, was I wrong.

Ik heb me verdiept in het fenomeen bookstagram, maar ben maar een paar keer echt aan de slag gegaan met het maken van eigen foto’s – de rest van de tijd raakte ik verloren in de prachtige boekenfoto’s van anderen (dat hoorde bij het onderzoek, natuurlijk). Handletteren? Daar ben ik niet eens aan toegekomen. Het enige DIY-project waarover ik heb geschreven de afgelopen maand is het maken van de chocoladedobbelstenen. (Die waren overigens wel een hit! Mijn nichtje appte me dat ze mijn blogpost doorgestuurd had gekregen door één van haar collega’s, die het bericht gezien had in een Facebookgroep waar iemand anders het had gedeeld. Zo leuk!)

En dan dus de vocal booth. Zoals hoort bij elk groot DIY-project maakten we vol enthousiasme een veel te krappe planning, waarna (1) onze agenda’s spontaan volliepen met brommerpicknicks en (coronaproof) theaterprojecten, (2) we erachter kwamen dat het toch wel een beetje onhandig was dat we geen auto hadden om grote materialen te vervoeren en (3) de zon heel hard zijn best zijn deed om ons appartement te veranderen in een kleine hel op aarde.

De geplande vier weken werden er moeiteloos acht en ik besloot mijn DIY-thema door te trekken naar september. Goed nieuws: inmiddels is onze nieuwe thuisstudio af! Het is de ideale ruimte voor het inspreken van luisterboeken (lees hier over mijn eerste audioboek). Bovendien kan ik nu keihard meeblèren met musicalnummers zonder dat de buurman het hoort! (Niet dat hij het recht heeft om te klagen, want hij zingt zo hard en vals mee met Nederlandse carnavalskrakers dat ‘toondoof’ een nieuwe betekenis krijgt.)

Het kostte bloed, zweet en tranen (vooral zweet), maar de vocal booth is af! Benieuwd naar het proces en het eindresultaat? Lees mee!

Het rommelhok

Toen we op een moment tijdens de verhuizing van vermoeidheid in elkaar dreigden te storten, besloten we dat we de werkkamer ‘later wel een keer’ zouden opruimen. We dumpten daar onze zooi, doopten de ruimte om tot rommelhok en maanden later deed hij zijn naam nog steeds eer aan. Daar moesten we eerst maar eens wat aan doen. De aapjessticker hadden we al van de muur gepeuterd, maar het blauwe en witte behang zat er nog. Stap één: haal het behang los. Dat ging verbazingwekkend makkelijk, want we konden het er gewoon in banen aftrekken. Stap twee: de pluggen uit de muur. Die klus duurde langer dan gedacht, want de kamer bestond uit meer pluggen dan muur. Stap drie: gaatjes vullen en schuren. Stap vier: plamuren over de ducttape in de hoeken van een gipswandje. (Geen grap. Ik denk dat ik een van de vorige eigenaren ga opgeven voor het volgende seizoen van ‘Help, mijn man is klusser!’.) Stap vijf: verf de muren. So far, so good.

Witte muren laag één.

Hout, zweet en tranen

Ons volgende idee verdient een prijs. In de categorie ‘slechtste idee ooit’ is dit namelijk de onbetwiste winnaar. Het probleem? De grote platen MDF en de lange, houten balken die we nodig hebben om de vocal booth te bouwen passen in geen enkele auto. Onze oplossing? We laden de platen en balken op een karretje van de Gamma en we duwen het ding naar huis (van de aardige Gammameneer mochten we het karretje tegen een bescheiden borg lenen). Het is maar een paar kilometer. Nog niet eens een halfuur lopen. Moet te doen zijn, toch?

Nope. No way. Slecht idee. Heel slecht idee. Het was al zwaar genoeg om het geval te manoeuvreren over een geasfalteerd fietspad, maar het werd al helemaal lachen toen we over een hobbelstraatje langs een rij geparkeerde auto’s moesten. En toen hadden we het fietserstunneltje nog niet eens gehad.

Zie je het voor je? Wat ik al zei: slecht idee.

Ik was inmiddels behoorlijk chagrijnig. Mijn haar plakte aan mijn voorhoofd, mijn armen deden zeer door het gewicht van de kar en mijn gezicht stond op onweer. Natuurlijk kwamen we op dat moment een oud-klasgenoot van me tegen (leuke meid, lekker gebruind, leuk zomerjurkje en mooi opgemaakt), precies toen ik ‘Dit is echt een rotklus!’ brulde tegen mijn arme vriend, die nog positief probeerde te blijven. Dat was niet mijn beste moment, moet ik toegeven.

Eenmaal thuis moesten de platen en balken naar de tweede etage. Zonder lift. Bloed (figuurlijk, in ieder geval) en zweet (heel erg letterlijk) hadden we al gehad – nu kwamen de tranen. ‘Ik kan niet meer,’ jammerde ik tegen mijn vriend. Toch is het ons gelukt: alle platen en balken stonden die middag netjes binnen. Het rook er nu naar elke willekeurige bouwmarkt. Met je ogen dicht waande je je in de Gamma.

Een welverdiende pauze

Na een hoop zaag- en schroefwerk (vooral door mijn vriend, maar ik heb ook heel trots een plank gezaagd) was het skelet van de opnamestudio af. Niet lang daarna ontdekten we hoe een hittegolf voelt als je in een appartement woont. Het was zó warm. Nu het binnenshuis een aangename tweeëntwintig graden is kan ik het me nauwelijks meer voorstellen, maar een paar weken geleden veranderde mijn voorhoofd spontaan in de Niagarawatervallen zodra ik alleen al dácht aan bewegen. Tijd voor een pauze, dus. Dat werd een mini-vakantie op de brommer naar mijn schoonfamilie. (De prijswinnaar in de categorie ‘beste idee ooit’.)

Ninja’s

De opnamestudio moest zo geluiddicht mogelijk worden, dus gingen we aan de slag met steenwol. ‘Ventileer de ruimte!’ schreeuwde de verpakking ons toe. ‘Gebruik een mondkapje. Bedek de huid. Draag een veiligheidsbril.’ Zo gezegd, zo gedaan. Veiligheidsbril, handschoenen, mondkapjes, lange broeken en lange mouwen: we zagen eruit als steenwolninja’s.

Geluidsschuim en tapijttegels

En toen was hij af! Nou ja, bijna dan. De deur zat erin en het skelet was bekleed met een dubbele laag MDF en daartussen steenwol, maar de kamer moest nog wel even geverfd en ingericht worden. Op de vloer liggen tapijtegels en een groot gedeelte van de ruimte is bedekt met akoestisch schuim. Op de plafond hangt een kamerlamp, aan de muur een bureautje en er staat een barkruk, zodat we tijdens lange opnames kunnen zitten. We hebben een nieuwe microfoonarm, een audio interface en een monitor. Het ziet er fantastisch uit, al zeg ik het zelf.

En het is zó stil! De stilte is bijna eng. Je hoort geen ruis van de weg, uitlaten van motoren of sirenes van ambulances die voorbij rijden. Je hoort de wasmachine niet, of de waterkoker, of de vaatwasser. Zelfs de carnavalskrakers van de buurman zijn nauwelijks waarneembaar. Het is misschien nog wel gekker dat je bijna geen reflecties hoort van je eigen stem. Het is niet zo dood dat je gillend gek wordt als je er te lang zit, maar wel dood genoeg om een mooie opname te maken.

Easy peasy was het niet. Het blijkt best zwaar om een paar honderd kilo aan MDF en balken drie kilometer te verplaatsen over ongelijke stoeptegels. Om het plafond (bestaande uit een plaat MDF én een stuk steenwol) boven mijn hoofd te houden terwijl mijn vriend aan het schroeven is.

Maar het resultaat is het helemaal waard.

Tagged , , , , ,

About Kirsten

Kirsten | Kers | twentysomething | docent | classica | bookdragon | amateur-musicalactrice | schakelbrommerrijder | chocoladeliefhebber | Dungeons and Dragons-nerd | kattenmens | fan van lijstjes | controlfreak |
View all posts by Kirsten →

3 thoughts on “DIY: de opnamestudio

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *