persoonlijk

Brommerupdate: de ziekenboeg

Ik reed weg en wist al meteen dat het zo’n dag zou worden. Je weet wel, zo’n dag waarop je om kwart voor twee bedenkt dat je om half twee met je les had moeten beginnen. Zo’n dag waarop je banoffeetaart mislukt door zure slagroom, het precies begint met regenen als je boodschappen gaat doen en je pakketje wordt teruggestuurd naar het depot omdat de bezorger je adres niet kan vinden. (True story.)

Inmiddels ben ik aardig gewend aan mijn brommer, dus je zou zeggen dat ik vrij snel door had moeten hebben dat er iets mis was. Ik reed namelijk het fietspad op alsof ik nog nooit eerder op een brommer had gezeten. Het ene moment liet ik hem afslaan en vervolgens lanceerde ik mezelf bijna over het stuur door de schok waarmee hij ineens optrok.

De eerste bocht ging ook niet zo soepel. ‘Ach, het komt vast omdat ik een paar dagen niet heb gereden,’ zei ik geruststellend tegen mezelf. Toen ik door het fietstunneltje omhoog ging, kroop de brommer vooruit als een van de naaktslakken die na de regenbui van die ochtend verspreid lagen over het fietspad. Hm. Misschien was er toch iets mis.

Ik reed de straat uit (en de twee straten daarna, want ik raakte ondertussen afgeleid door een suïcidale vlieg die zich tegen mijn oogbol had geplakt) en zette de brommer stil. Het probleem was meteen duidelijk. De achterband had, net als eerder genoemde vlieg, het leven opgegeven. Hij was net zo plat als een groot deel van de eerder genoemde naaktslakken op het fietspad. Net zo plat als in het sinterklaasliedje. Alsof er een pepernoot in had gezeten.

Het was natuurlijk geen pepernoot – dat was pas echt een goed verhaal geweest. Het waren twee stukken staaldraad, ontdekte mijn vriend toen ik de brommer voorzichtig weer naar huis had gereden. Die avond kwam zijn vader langs en hebben ze samen de band geplakt (helden!). Dat was helaas verloren moeite, want de volgende ochtend was de band weer leeggelopen. Ja, het was zo’n dag.

Dat betekende dat ik voor het eerst sinds maanden met de bus naar school ging. Met mondkapje, dus. Die ervaring deed me een paar dingen beseffen. Eén: hoe snel ik gewend raak aan (en verwend raak door) het gemak van een eigen vervoermiddel. Twee: ik vind brommerrijden écht heel leuk (dat had ik van tevoren nooit gedacht, want ik heb een hekel aan autorijden) en ik mis mijn Mash. En drie: de wereld is eigenlijk nog steeds een beetje gek.

Daar stond ik niet zo meer bij stil, want inmiddels ben ik aan veel maatregelen gewend geraakt. En zeker sinds de leerlingen op school onderling geen afstand meer hoeven te houden, lijkt het bijna alsof de pandemie is overgewaaid. Totdat je dan ineens bij de bushalte staat met een mondkapje in je jaszak. Voor velen is dat inmiddels natuurlijk ook vaste prik, maar ik voelde me maar ongemakkelijk. Het is nog niet voorbij, realiseerde ik me.

Het was zo’n dag. Gelukkig gaat de tijd snel en voor je het weet ben je begonnen aan een nieuwe. Je weet wel, zo’n dag waarop je band wordt geplakt en je weer kan brommeren.  Waarop je na een lange werkdag op school uitwaait langs de weilanden, zwaait naar schapen en uit enthousiasme net iets te hard over een hobbelig bruggetje rijdt waardoor het even lijkt alsof je vliegt.

We zijn goede vrienden geworden, mijn Mash en ik.

Tagged , , , ,

About Kirsten

Kirsten | Kers | twentysomething | docent | classica | bookdragon | amateur-musicalactrice | schakelbrommerrijder | chocoladeliefhebber | Dungeons and Dragons-nerd | kattenmens | fan van lijstjes | controlfreak |
View all posts by Kirsten →

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *