persoonlijk

De brommer

Bij ons in de berging is het altijd al heel gezellig geweest. Tot voor kort had de ruimte – naast heel veel rommel – drie bewoners: twee fietsen en de motorfiets van mijn vriend. Eerlijk: daar past geen anderhalve meter tussen, laat staan een Tex de Wit. Mijn vriend en ik dachten allebei dat het daarbij zou blijven. Hoewel hij heel graag meer motorfietsen zou willen (volgens hem is het beste aantal motorfietsen om te hebben n+1, waarbij n gelijk is aan het huidige aantal motorfietsen), waren we erover uit dat het echt niet zou passen. Toch kregen de fietsen een aantal weken geleden gezelschap in de vorm van een nieuwe huisgenoot. Jawel: ik heb een brommer!

‘Ik vind het wel spannend, hoor,’ zei ik tegen mijn vriend. Ik vind veel dingen spannend (een huis kopen, audities, autorijden, een kat nemen, lesbezoeken), maar op dit moment ging het specifiek over het OV. Niet dat ik bussen of treinen nou zo angstaanjagend vind; ik heb geen OV-fobie. Ik vroeg me vooral af hoe het zou zijn als straks de scholen weer open gaan. Wat als de bus vol zit en ik niet op tijd bij mijn werk ben? Zouden ze controleren of je op de heenweg hetzelfde mondkapje draagt als op de terugweg? (Een realistische angst, ik weet het.)

Mijn vriend haalde zijn schouders op. ‘Je kan altijd fietsen,’ zei hij. Klopt. Ik zou kunnen fietsen. In theorie. Ik heb het een paar keer gedaan aan het begin van het schooljaar. Ik had me toen zelfs enthousiast voorgenomen om goede regenkleding aan te schaffen en elke dag in weer en wind op de fiets te stappen. De route is volgens Google Maps 10.5 kilometer en dat is best te doen. Toch ging het na een paar weken mis. De eerste regenbui diende zich aan, ik gebruikte mijn gebrek aan regenkleding als excuus om de bus te nemen en vond dat zo comfortabel dat ik daarna niet meer ben gaan fietsen. Ik had geen last meer van tegenwind! Ik hoefde geen extra shirt mee te nemen omdat ik zwetend als een otter aankwam op school! Lang leve het OV!

‘Lijkt een scooter je niet wat?’ vroeg mijn vriend toen bleek dat ik onvermurwbaar was over het fietsplan. Ik op een scooter? Ik had er niet eerder over nagedacht, maar vond het idee wel leuk. Als het maar niet zo’n Vespa zou zijn waarop negenennegentig procent van de zestienjarige schoolbevolking rijdt, want dan zou ik zeker worden aangezien voor een leerling. (Dat gebeurde me tijdens een open dag op mijn vorige school. True story. Ik neem het niemand kwalijk, maar voor zowel mij als de ouder was het behoorlijk ongemakkelijk.)

Mijn vriend zocht naar niet-Vespa’s en vond wat leuke exemplaren. Ik werd steeds enthousiaster. Fast forward naar een paar weken later: ik heb geen scooter. Ik ben de trotse eigenaar van een Mash Fifty, een retro schakelbrommer die eruit ziet als een mini-motor en vooral veel aandacht trekt van oude mannen en kleine kinderen.

Dit is hem: de Mash Fifty.

Een klein dingetje: ik moest er nog wel even op leren rijden. Ik vond het spannend. Autorijden is zeg maar niet echt mijn ding. Wat als ik dit ook niet leuk vond? Mijn vriend benoemde zich tot instructeur en voor mijn eerste rijles gingen we naar het verlaten parkeerterreintje tegenover ons appartement. Toen ik op de brommer zat en mijn vriend me uitlegde hoe het werkte, voelde ik me alsof ik voor het eerst in de auto zat. Ineens kon ik niet meer rijden. Ik moest koppelen met mijn hand en schakelen met mijn voet. Het gas zit aan mijn stuur, maar ik heb wel een rempedaal. Oh, verrassing! Ik heb twee remmen! Denk er trouwens wel aan om beide te gebruiken als je een noodstop maakt, anders ga je onderuit. No pressure.

Voorzichtig maakte ik een rondje om de parkeerplaats, in de eerste versnelling. Een keer rechtsom, een keer linksom. Oh, de stoep komt op me af. Niet in paniek raken. Nog een rondje. Extra uitdaging: ontwijk de veegmachine die besloten heeft dat het een goed idee is om tijdens mijn eerste brommerrijles het parkeerterrein te vegen.

Het gaat steeds beter. Ik heb de route naar mijn werk al een keer gereden. Mijn vriend zat op mijn verzoek achterop, zodat hij aanwijzingen kon roepen als ik het even niet meer wist. ‘Deze bocht in z’n twee! De rotonde kan in z’n drie. Niet zo zeikerig rijden, je mag hier vijfenveertig. Schat, je rijdt nu op een fietspad.’

Een goed bevriend stel werd zo enthousiast over de Mash dat ze er zelf ook één hebben gekocht. Nu maken we plannen om samen te toeren: ik met mijn vriend achterop, hij met zijn vriendin. Vier idioten op een schakelbrommer. We beginnen een eigen brommerclub, hebben we besloten. Nu nog een naam.

Ondertussen blijf ik oefenen. Inmiddels raak ik niet meer in paniek als ik een bocht moet maken of als er een auto te dicht achter me rijdt. (Ik kan echt maar vijfenveertig. Als je achter me rijdt op een weg waar je vijftig mag: sorry.) Ik begin steeds meer te letten op het verkeer en hoef me niet constant te focussen op wat ik wanneer met welke hand of voet moet doen. Tot nu toe was mijn vriend mijn ogen, maar nu kan ik het zelf.

Ik vind het fantastisch. Het is veel leuker dan autorijden en bovendien heel praktisch. Afgelopen week deden mijn vriend en ik de wekelijkse boodschappen op de brommer. Mijn vriend reed en ik zat achterop met een tas van twaalf kilo op mijn rug, een plastic zak in mijn linkerhand en een brood onder mijn rechterarm. (Toen ik tijdens een zomervakantie op Bali was zag ik regelmatig brommers voorbij scheuren met hele gezinnen erop. Ik weet nu ongeveer hoe dat is.) Het moet er belachelijk uitgezien hebben, maar het was hilarisch.

Een maand geleden had ik het nooit kunnen bedenken: ik heb een brommer! We gaan goede vrienden worden, mijn Mash en ik.

Tagged , , , ,

About Kirsten

Kirsten | Kers | twentysomething | docent | classica | bookdragon | amateur-musicalactrice | schakelbrommerrijder | chocoladeliefhebber | Dungeons and Dragons-nerd | kattenmens | fan van lijstjes | controlfreak |
View all posts by Kirsten →

5 thoughts on “De brommer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *