lijstjes, populair-wetenschappelijk

Hokjesdenken en een anti-bucketlist

Hokjesdenken

Weet je waar ik goed in ben? Labeltjes plakken. Niet letterlijk, al moet ik toegeven dat ik labelprinters fantastisch vind en labels plakken tijdelijk mijn nieuwe favoriete hobby was toen mijn moeder net zo’n apparaat had gekocht. Maar dat is niet waar dit artikel over gaat. Met ‘labels plakken’ bedoel ik categoriseren. Of – en dat woord heeft een behoorlijk slecht imago – hokjesdenken.

Ik ga het niet hebben over stereotypen of generalisaties. Over racisme of seksisme. Over de hokjes van LGBTQ+ of van psychische diagnoses. Allemaal interessante en belangrijke onderwerpen, maar veel te groot voor mijn persoonlijke blog. Ik houd het dichter bij mezelf.

Want vooral mezelf plaats ik vaak en graag in hokjes. Ik houd daarom ook heel erg van CV’s: een samenvatting van wie je bent in maximaal twee A4-tjes. Een ideaalplaatje van al je goede eigenschappen en prestaties die je graag aan de wereld wilt laten zien. Een schematische weergave van een ingewikkelde werkelijkheid. Helder en geordend.

Nog zo’n fijne: de Over mij-pagina op mijn blog. Ik plaats mezelf in het hokje ‘docent’ en ‘classica’, ‘kattenmens’ en ‘lijstjesliefhebber’. Weet je nu wie ik ben? Nog niet? Geen zorgen, naast de daar genoemde beschrijvingen kan ik zo nog een handvol labels plakken op mezelf: millennial, introvert, theedrinker, stresskip en ex-hardloper. Meer? Perfectionist, boekenliefhebber, Myers-Briggs INFJ-A, Ram en (forever) beginnend ukelelespeler. Ik zou er boeken mee kunnen vullen.

Lekker overzichtelijk, toch? Ik houd van organiseren en structuur aanbrengen. Het gevoel – of, moet ik zeggen, de illusie? – vat te krijgen op de complexe samenstelling van mijn persoonlijkheid: ik krijg er een kick van.

Plassen in de hoekjes

Ken uzelf, γνῶθι σεαυτόν, stond volgens de Griekse schrijver Pausanias op de tempel van Apollo in Delphi. Tegenwoordig lijkt dat nog steeds het credo. “We mark out the boundaries of our nature like a dog peeing in all corners of its yard,” zoals Randy J. Paterson het charmant verwoordt in How to be miserable in your twenties. We willen onszelf definiëren. We willen onze persoonlijkheid vastleggen met een serie zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden – precies op de manier waarop ik dat hierboven heb gedaan.

Maar wat zeggen die termen nou echt over mij? Ik ben geen theedrinker als ik een glas water in mijn hand heb. Ben ik een ukelelespeler als ik het instrument al maanden niet heb aangeraakt? In mijn vakantie ben ik een paar weken geen docent.

Mijn zelfkennis is gebaseerd op gedachten, gevoelens en acties die maar een heel kort moment waar zijn. Voor de klas ben ik geduldig, maar als mijn maag knort als een varken draai ik de kookwekker stiekem vijf minuten terug. Als ik onderweg ben naar een auditie doe ik niet onder voor een professionele stresskip, maar ik ben heus niet met een hartslag van tweehonderd de was aan het vouwen.

Mijn zelfkennis bestaat uit opvattingen over waar ik goed in ben (waarbij ik negeer dat er ook momenten zijn waarop die dingen niet willen lukken), wat ik leuk vind (ook al heb ik er nu misschien geen zin in), wat ik niet kan (maar waarin ik wel beter kan worden als ik het probeer) en waaraan ik een hekel heb (meestal, maar niet altijd).

Bron

Persoonlijkheidstesten: de ultieme labelplakker

Ik houd van persoonlijkheidstesten. Al eerder schreef ik enthousiast over The Four Tendencies. Het fijne aan persoonlijkheidstesten is dat ze je in een hokje stoppen dat je herkent – waar je jezelf comfortabel bij voelt en in wilt herkennen. Toen ik de Myers-Briggs jaren geleden invulde was ik ISFJ, een defender. “Very dedicated and warm protectors, always ready to defend their loved ones,” luidt de korte samenvatting op de website. In de uitgebreide beschrijving kon ik me zó goed vinden dat ik bijna op zoek ging naar verborgen camera’s in huis, want ze moesten me wel hebben geobserveerd.

Pas maakte ik de test opnieuw. Tot mijn grote verrassing was ik nu INFJ, een advocate. “Quiet and mystical, yet very inspiring and tireless idealists.” Behalve dat ik me stoer voelde (ik bedoel, wie wil er nou niet mystiek en inspirerend zijn?) herkende ik me ook heel erg in dit persoonlijkheidstype.

Wat ben ik nou? Een defender? Een advocate? Een beetje van beide? En wat betekent dat dan?

Gretchen Rubin beschrijft persoonlijkheidstesten in The Four Tendencies als “a starting point for self-knowledge”. Het is een spotlight die een (misschien tot nu toe) verborgen aspect van jezelf belicht, geen label dat je hele wezen definieert of hokje waar je nooit meer uitkomt.

When you define yourself, you confine yourself

Dat is natuurlijk het gevaar van hokjes: door jezelf in het ene hokje te plaatsen sluit je jezelf uit van het andere. Hokjes zijn heel nuttig, herkenbaar en comfortabel, maar ook beperkend. Als we onszelf definiëren als X of als niet-Y, perken we onze opties in. We breken delen van onze persoonlijkheid af. We verwerpen mogelijkheden die niet passen bij het zelfbeeld dat we zorgvuldig hebben opgebouwd.

Ik ben nou eenmaal geen fitgirl, dus hoef ik niet naar de sportschool of gezond te eten.

Ik ben een classica, dus word van me verwacht dat ik geen feelgood lees maar hoogstaande literatuur.

Ik ben introvert, dus ik voel me vast ongemakkelijk op dat feestje.

Het is een selffulfilling prophecy: als je het vaak genoeg zegt, wordt het vanzelf waar.

Anti-bucketlist

Ik weet niet meer precies wanneer ik in aanraking kwam met de anti-bucketlist, maar ik vond het idee direct interessant. Wat staat op mijn bucketlist omdat ik het écht wil, en wat wil ik doen omdat ik vooral enthousiast ben over het idee (en niet per se de uitvoering)? Ik kan niet alles, dus moet ik keuzes maken. Welke opties in het leven kies ik? Wat dacht ik te willen, maar past eigenlijk niet bij mij? Welke dromen en bezigheden kan ik met een gerust hart laten varen als ik helder heb wat ik wél wil?

Een boek schrijven. Dat zette ik op mijn anti-bucketlist. Het was altijd mijn droom geweest, maar bij nader inzien was het toch niets voor mij. Ik kon me laten meeslepen door het idee: mijn verhalen in de boekhandel, enthousiaste lezers, lovende recensies. Maar de realiteit? Een echt boek schrijven? Dat zou ik nooit doen.

Ik ben nou eenmaal te perfectionistisch.

Ik ben daar helemaal niet creatief genoeg voor.

Ik pas niet in het hokje ‘schrijfster’.

Het is de lijstjesvorm van hokjesdenken.

Ik zette ‘een boek schrijven’ op mijn anti-bucketlist omdat ik bang was dat ik het niet zou kunnen, niet omdat ik het niet wilde. Het hokje ‘niet-schrijfster’ was te comfortabel. Het is makkelijker om te geloven dat je iets niet kan dan om te bewijzen dat je het wel kan. (Ik voel me nu een inspirerende advocate. Mag mijn quote op een tegeltje?)

Dromen begraven

In deze column van Ellen Deckwitz las ik over een dorpje ergens in Nicaragua dat een bijzonder gebruik kent. Ieder jaar verzamelen de inwoners zich bij het plaatselijke kerkhof, waar ze hun dromen begraven. “De dingen waar ze eens op hoopten, maar waarover ze in de loop der tijd ontdekten dat ze eigenlijk niet bij hen pasten,” schrijft Ellen Deckwitz , “of waarvan het nastreven ervan hen diep ongelukkig maakte.” Ze schrijven de droom op en houden er vervolgens een afscheidsdienst voor. Zo kunnen ze het loslaten. Het helpt hen te rouwen over een toekomst die nooit zal komen.

Ik prijs mezelf gelukkig, want ik heb nog geen begraven dromen. ‘Een boek schrijven’ staat weer op mijn bucketlist. Ik plak labels en zal dat altijd blijven doen. Maar vanaf nu houd ik alle hokjes open.

Tagged , , , , , , ,

About Kirsten

Kirsten | Kers | twentysomething | docent | classica | bookdragon | amateur-musicalactrice | schakelbrommerrijder | chocoladeliefhebber | Dungeons and Dragons-nerd | kattenmens | fan van lijstjes | controlfreak |
View all posts by Kirsten →

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *